Mag ik jullie voorstellen aan Gerard, nen jonge gast, en Duintrapper in hart en nieren, ik geef er weinig twijfel over, maar Gerard is zelfs
de enige waarvan ik denk, dat hij het Duintrapperslied binnenste buiten kent. Niet alleen kan Gerard een aardig stukske wandelen, 40, 50,
of meer kilometers, daar draait onze man zijn voetjes niet meer voor om, meer nog, Gerard's leuze is: ik heb mijn inschrijving betaald, dus of
ik nu de minste afstand doe, en of de grootste, dat blijft immers gelijk. Gerard durft soms nog wel eens van het parcours afwijken, niet om
minder kilometerkes te stappen, nee, zelfs méér. En daar komen we to the point, één van s'mans vele kwaliteiten is het vastleggen van
vele prachtige natuurfoto's die hieronder op de pagina zullen terechtkomen, het is dan ook niet elke fotograaf gegeven om met zo een feeling
de Vlaamse en of Waalse landsgedeelten op foto vast te leggen voor de komende generaties. Daarvoor werd deze pagina, met de toestemming
van Gerard op poten gezet. Bedankt Gerard, en laat ons nog vele jaren meegenieten van je kunde.
het team
Eén van Gerards voorbije wandelingen was in Grimminge, waarvan hieronder een beschrijving.
19 oktober 2008, 50 km natuurschoon op de verbroederingstocht tussen de Geraardsbergse club en de Heidetochten Kester-Gooik.
Gestart te Grimminge
om 8 uur
na een babbeltje met de parkingmeester, het was ook nog een beetje wachten op de opkomende klaarte. Ik had reeds het nummer 1098 !
De vroege vogels waren
reeds lang gaan vliegen. Bij het opkomend licht duiken we direct een mooi pad in . Mijn eerste foto klikt .Mijn adem condenseert in
de koude omgevingslucht.
Mijn handen vliegen even vlug terug diep in mijn zakken, en automatisch verdappert mijn stap. Ik ben alleen en bereik weldra
het milieueducatiecentrum “De Helix”
dat verscholen ligt in een bosrijke en tegelijk landelijke omgeving op de grens van de Vlaamse Ardennen en het
Pajottenland. In de verte de eerste kerktoren van
Onkerzele die ik nog ken van een paar maanden terug . Na een lus langs de flanken van de Oudenberg krijgen
we een pittig klimmetje van de Bosberg. In het Raspaillebos,(“raspaille” = uitschot of “raspe” = hakhout) Moerbekebos en Karkoolbos is het rustig genieten van
de ritselende bladeren ver weg van alle verkeer.
Aan de Wamboshoeve komen we langs het “stiltepad”en iets verder te Waarbeke zijn we te midden het
stiltegebied van Dender en Mark. Het bord “Kakelenberg”
schijnt dit tegen te spreken. We flirten verder in het grensgebied Oost-Vlaanderen en
Vlaams-Brabant en genieten, nemen hier en daar een beeldje mee van het
mooie landschap en vergezichten. In Waarbeke neem ik rustig de tijd met
bezoek
aan kerkhof en het Sint-Amandus kerkje uitnodigend voor een korte stilte-ervaring.
Na de rust begint het tweede gedeelte van de tocht met de witrode
pijlen van de Heidetochten. Het is eventjes wennen. Op weg naar Denderwindeke heb ik eindelijk
wat gezelschap van andere wandelaars van de 20 km .
De Sint-Pieterskerk met verschillende waardevolle stukken uit 16e en 17e eeuw is gesloten. Wat verder in
het heuvelend landschap komen we in Lieferinge,
een lieflijk dorpje van 124 ha klein, waarschijnlijk het kleinste dorp in België. Het geklasseerd landschap op de
scheiding
van Pajottenland, Dendervallei
en Noord-Henegouwen heeft een bijzonder aantrekkingskracht. Het dorp van de “beddepissers” heeft het te danken aan de
ouders die er op bedevaart gingen
met hun beddepissende kinderen .”Geraard van Masseman” was er de oudst bekende heer in 1362 . Een kleine rondgang rond
de mooi geklasseerde
O.L.V-kerk is niet te versmaden maar is jammerlijk gesloten. . In Oetingen de startplaats aan de overzijde in het Pjottenland laat ik mij een
kriek van Boon
welgevallen, we zijn immers in het land van Geuze en Kriek, zuurzoet, niet schuimend rood bier. Gesterkt gaat het verder richting Steenhoutbos dat
niet toegankelijk is. We ontwaren in de verte het kasteel Steenhault. Bos en kasteel laat ik mij vertellen zijn eigendom van de familie DeClerck van de tapijten
Beaulieu.
Ik stap intussen reeds een tijdje met de webmaster van de Chatons, Cooman Dirk. Daar hij ook enkele foto’s neemt blijven we sporadisch samen.
Ondanks de zon
schijnt voelt de schrale wind wat koud aan, zodat we steeds een flinke stap kunnen permitteren .Na Linkebeek komen we terug in
Denderwindeke en doen ons
tegoed
aan een donker schuimend paterke. Terug op dreef komen we voorbij Nieuwenhove met zijn beschermde gotische
Sint-Jan-de Doperkerk. Nog e vele
prachtige wegels brengen ons tegen 17 uur terug op het dorpsplein van Grimminge met zijn levensgroot standbeeld
van
het fiere Belgisch trekpaard Orange.
Gerard wandelde ook in Godewaersvelde
Gerard wandelde in Jette
25e mars van de politie te Jette.
Zondag 26 oktober 2008. Het is nog donker als ik om 5.15 u vertrek naar het station te Brugge om de trein 5.58 u te halen . Om 7.02 ben ik in Brussel Noord en
tegen 7.50 u stap ik af aan terminus halte Ziekenhuis U.Z VUB te Jette. Met het nieuwe uur is het inmiddels klaar geworden en kan ik vertrekken voor de marathon
tocht . We slingeren door het Poelbos , komen eventjes langs het Researchpark (o.a. Zenitel , Microsoft.net Training and Consulting) en genieten verder van de stilte
aan de Molenbeekvallei, een pittoreske hoekje van Zellik waar de molenbeek nog echt meandert, een rustige plek voor talloze vogels, vlinders, bijen en kleine
zoogdieren. De oude kopwilgen sieren het landschap en steken schril af met de hoogbouw van de grootstad. De zon blijft weg, een sterke westenwind bijt in ons
gezicht bij een temperatuur van amper 10 graden. We stappen langs een stukje spoorweg die vrij gebleven is van bebouwing. Tussen de bomen door zien we
op veilige afstand de skyline van torengebouwen. Langs rustige woonwijken stappen we verder , ver weg van het gezoem van de hoofdstad en het geraas van de
ring rond Brussel. In de middeleeuwen liet de hertog van Brabant versterkte torens bouwen langs dit deel van de Molenbeek. Nu staan in de omgeving hoge woontorens
als schildwachten. De overblijvende moerassen hebben hun bestaan te danken aan de spoorweg die doormidden dit gebied snijdt. Omdat de mensen niet graag
woonden langs de spoorweg wegens geluidshinder, bleef dit gebied gevrijwaard van verstedelijking en is nu als natuurgebied beschermd. In de rietkragen leeft
en broedt heel wat waterwild en is een groeiplaats voor het gele lis, symbool van de hoofdstad. Dit beschermgebied van Ganshoren en Jette maakt samen
met het Laarbeekbos, Poelbos en Albert I park deel uit van het koning Boudewijnpark waar we nog ettelijke kilometers stappen in een zeldzaam
aaneengesloten groenzone. Ze vormen als het ware de tegenhanger van het Zoniënwoud in het zuiden en van het Woluwepark in het Oosten van Brussel.
Deels
verborgen ligt het omwalde kasteel De Rivieren te midden van een park met feeërieke vijver, nu uitgebaat als restaurant. Ietsje verder bemerken we
een landhuisje omgebouwd tot riant eethuis “Chaudron d’Or” met het uitnodigend uitgangbord: “Wie u ook zijn moge, blijf staan en kom binnen, u bent hier thuis”
De Waard. “Qui que tu sois passant, arrête toi et entre, tu es ici chez toi » l’Aubergiste . De zo vele groenstroken rijgen zich aan elkander en vormen eilandjes
van rust . Intussen hebben we onze eerste rust al in het Park “De Rivieren”.
In het Dielegembos staat op een open plaats, het Chalet Normand te pronken .
Enkele kunstwerken sieren de omgeving. Diepe inzinkingen zijn getuigen van de ontginningen van zandsteen die de monniken van de abdij van Dielegem in de
11e eeuw ondernamen. Van de abdij blijft nog het prelaathuis over met een culturele bestemming . Boven een heuvel staat een eenzame Calvarieberg . We
verlaten het Dielgembos en komen langs een mooi beeldenpaar van Tom Frantzen: “Bollie en Billie “ (stripauteur Jean Robe) . Verder valt onze aandacht op
straatnamen van filmsterren: Marleen Dietrich, Gerard Philippe, Frank Sinatra, Jean Gabin. (“Maintenant je sais… Quand j’étais Gosse, haut comme trois pommes,
je parlais bien fort pour être un homme, je disais, Je sais, Je sais, Je sais …. Maintenant je sais, Je sais qu’on ne sait jamais … »
We verlaten Jette onder de
grote ring rond Brussel en gaan de landelijke toer op naar Wemmel. Na de Ronkel vijver bereiken we het zeer mooi renaissance-kasteel (16e eeuw) met park
en riante vijver. Dit mooi brokje natuurschoon rondom slot en lief eilandje bruist van het leven . Eenden, ganzen meerkoeten, waterhoenen en ander waterwild
zijn de bezoekers gewoon en laten zich niet meer afschrikken. Wat verder is er controle in café De Nachtegaal . Rechtover is de beschermde St.-Servatiuskerk
een blikvanger, mooi ingeplant op een helling met omringend kerkhof, afgezoomd met breukstenen muur . De massale vierkante voorstaande westertoren , met
romaanse basis dateert van de 13e eeuw is opgevat als vestingbouw. Boven de rode deur is een nis met het beeld van St.-Servaas, bisschop van Tongeren en
patroon van Wemmel. De kerk is open en ik wip eventjes binnen voor de inwendige rust en om enkele foto’s te nemen van de rijke schatten. Onder het doksaal
is een merkwaardig houten Kalvarie van 1450 . In het koor twee half verheven renaissance beeldwerken in witte steen . De eerste voorstellend Albert Taeye,
prelaat en abt van Oudenburg (1528), de tweede een drieluik ter nagedachtenis van Jacob Taeye voorstellend “Jezus in de Hof van Olijven” . Aan de andere
zijde het mooie schilderij, “De Aanroeping van de H. Maagd” (1460) …zo was Gerard een tijdje zoet en verdwenen.
Ik stap verder langs de bakstenen
omheiningsmuur van de pastorie, daterend uit het Spaanse tijdperk en aangrenzend aan het kasteelpark en komen terug in het golvend landschap (32-80m)
doorsneden door de Maalbeek en Molenbeek. Aan medewandelaars moet ik intussen vragen op welke afstand de volgende rustplaats is. Na een tijdje trekt
de vroeggotische Sinte-Gudulakerk (tot 1982 O.L.-Vrouwkerk) van Hamme de aandacht en is een klein ommetje waard. Opgetrokken in zandsteen met
omgaand kerkhof verscholen onder een krans van rode beuken, staat het kerkje er als het ware verlaten bij , als een baken in het landschap. Het gedicht is een
blikvanger samen met borden met het Dertienbunders- en Kruiskouterwandelpad en de Keureroute – een poëtisch traject. We zetten onze weg verder langs de
Guduladreef .In Ossel hebben we tweemaal dezelfde controle post in een café nabij de driebeukige St.-Jan- de-Doperkerk, druk bezocht bedevaartoord
tegen krankzinnigheid. Het is een stemmig dorpskerkje met vierkant zandstenen westertoren (1300) met middeleeuwse fresco’s. Vlakbij is er het kasteel
van Ossel (1630) met kasteeldomein van 32 ha . Het kerkje en de omheinde pastorie met hun omgeving zijn beschermd als monument en als landschap.
Het Hof ter Eyken is ook een blikvanger. We maken hier een lus van een 6-tal km met als leidraad de communicatie- en watertoren. Na Brussegem met zijn
gotische St.-Stefanuskerk zien we in de verte beneden tussen de beemden het witgekalkte Torenhof met zijn prachtige donjon (14e eeuw). Jammer
we komen
er niet langs, een foto heb ik mee. We vertoeven reeds een hele tijd te midden grote akkers met onder andere de ‘Dertien Bunders”. In Brabant is
1 bunder = 1 dagwand = 400 roeden . We gaan langs het kasteelpark van Wolvendael, en door het Foeksenbos en bereiken zo opnieuw Ossel . De
eerste
druppels zijn inmiddels gevallen en het tempo wordt wat opgedreven. We zwieren ons verder op de grens van het heuvelachtig Pajottenland en
de
Vlaamse vlakte. In Kobbegem wordt de grote rust genomen in een schooltje in de nabijheid van de originele lambic en geuzebrouwerij “Mort Subite”
(nu bij Alken-Maes) . Om de tijd te doden onder vrienden, achter een goed glas bier speelde men op de “pietjesbak met drinkbroederlijke spelregels.
Terwijl de rondjes elkaar opvolgden, won en verloor men van elkaar. Omdat de ongelukkige verliezer “de dode” werd genoemd, speelde men, als de tijd
drong,
nog snel een allerlaatste potje in één snelle, korte slag. Van daar een “mort subite”. Dit is voor ons nu niet weggelegd .
In Kobbegem is er ook een lus voorzien voor de lange afstandswandelaars. We volgen het Vlietbronnen wandelpad , komen langs de Sint-Goriks- en
Magdalenakerk , het Kobbegem Hof, een voormalige17e eeuwse hoeve die nu gebruikt wordt voor seminaries en evenementen, de Plezantenhof herberg en
trekken zo verder langs de hoeve Terheidenbos, hoeve en kasteel Wolfrot; Hof te Huysegems, Walfergem, Bollebeekse vliet, het gehucht St-Goriks en
opnieuw Kobbegem. De weergoden blijven ons redelijk goed gezind, het blijft bij dreigen.
In Relegem, dorp van de groenvinken, is onze laatste rust in
café De Groenvink. Nabij de gotische Sint-Jan-de- Doperkerk, waar grafzerk met gotische inschrift, van een dochtertje ( + 30-01-1534) van de bewaarder
der juwelen van Keizer Karel, valt onze aandacht verder op het uitgangsbord van de taverne “De Oude Belg” met de monumentale snor. We stappen onze
laatste kilometers door de Brabantse kouters en komen bij de korte afstand wandelaars. Na de Grote- en kleine Landbeek, Smiskeurveld, Neerzillik , is het
terug eventjes stijgen, en wordt vlug een foto vlug genomen van het Hooghof, zowat de hoogste plaats van de omgeving . We zien in de verte,bij
minder klaar
weer, toch de vele torengebouwen met als blikvanger de Basiliek van Koekelberg. We dalen stijl af en stappen onder de ring rond Brussel
en
komen direct in het Laarbeekbos . Nog enkele zeer mooie dreven met statige beuken getooid in herfstkleuren wordt ons als toetje geschonken door
de inrichters. De
parcoursmeester wordt bij deze gelukgewest . Er rest ons nog een stukje Poelbos en zo komen nog juist droog binnen. Het is 15.45 u.
Terug met de
bus 14 naar het Noordstation . Eens op de trein begint het bakken te gieten. Als toetje een gedicht op de Keureroute:
“Onder een winterzonnetje
Vang ik wolkjes van je adem
Wat is kou op zo’n moment?
Ontdooid verleden tijd.”
Anne De Boeck, 17 jaar
Gerard wandelde in Strombeek-Bever
Strombeek-Bever 02.11.2008
Gisteren regen, vandaag zon, tenminste na het optrekken van de laaghangende ochtendnevel, wat ook z’n charme heeft en mooie taferelen
tovert.
We verlaten al spoedig de stad onder de ring rond Brussel en volgen voor een groot deel de witrode tekens van de GR 12 . We gaan langs de
Psychiatrische Kliniek St.-Alexius, het Hof te Weerde en belanden langs een klein paadje met mooi zicht op de Abdij van Grimbergen . De 7 km wandelaars
verlaten ons hier. Het mooie gerestaureerd Spiegelhof of Hof Ter Spiegelt, genaamd naar de bewoners in de 15e eeuw, trekt onze aandacht. Aan de
Maalbeek kunnen we een blik werpen op de lichtjes verborgen s’Gravenmolen. Aan het Nekkerbos hebben we onze eerste controle na 5,9 km in de kantine
van KFC Meise. Herfstkleuren bezorgen ons mooie fauna en flora langs de boord van de weg van een uitgestrekt domein met grote vijver. We worden
opeens opgeschrikt door voorbij vliegende trekganzen en maken even vlug een fotootje. We steken de N 276 over en komen in Boechout en lopen verder
langs de rand van Koninklijke Plantentuin, 93 ha groot met z’n serres en het 13-eeuws kasteel van Boechout. Onze tweede rust hebben we na 10,9 km in
de zaal SKC te Wemmel, met z’n mooi St.-Servatius kerkje. Hier worden de grote afstandwandelaars in een andere richting gestuurd. Aan het Kruiskouter
plateau krijgen we een mooi panorama voorgeschoteld van de stad Brussel met de imposante koepel van de basiliek van Koekelberg, de koepels van het
Justitiepaleis en de blinkende Atomiumbollen. Aan het Hooghof, voormalige abdijhoeve van Affligem (18e-19e eeuw) duidt een groot bord “voor wandelaars”
een niet te missen landwegel aan, die scherp naar beneden loopt over het Smiskensveld naar de kleine en grote Landbeek. Daar wachten ons een
koppel paarden die ons met een meewarige blik aanstaren . Ze houden zich groots, en schijnen tot ziens te zeggen en van “ we hebben er nog zulke
van
dit ras gezien “. Het volgend dorpje is Relegem gekend voor z’n taverne “den Ouden Belg” met de grote moustache . Ik loop ook eventjes rond de
barokke St.-Jan-de Doper kerk op ontdekking . De rust is ietsje verder in het café “De Goudvink” waar we 16,5 km optekenen. We gaan nu richting
Kobbegem en komen langs de Sint-Gorik- en Magdalenakerk en de brouwerij Mort Subite . Hier waren we verleden week ook. Voorbij het Lindenhof
ontmoeten we terug de witrode strepen van het GR-pad , nu nr 126 . Aan de Sint-Gudulakapel van Hamme ontmoeten we de 21 km wandelaars
en
trekken samen naar Ossel, met rust na 23 km in café Osselstar, rechtover het mooi Eykenhof en de St.-Jan-de-Doperkerk. Het Steenbergwandelpad
brengt ons de Boelbeek, het gehucht Linthout (Merchtem) en de zeer mooi gerestaureerde Sint-Annakapel (1639). We zijn nu op grondgebied Brussegem
en hebben een rust na 27,9 km in café De Volle Pot. We gaan verder terug naar Ossel en terug controle na 32,7 km . Nu volgen we het Amelgempad,
langs een mooi stukje natuur, langs het kasteeldomein van Ossel, het domein van het Hagenkasteel, de kleine Amelgemhoeve en bereiken zo de
mooie
vallei van een verdwenen watermolen. Op de flanken van het kleine heuveltje zien we de Grote Amelgemhoeve en de legendarische Duivelschuur
anno 1636 . Op sommige plaatsen is het eventjes modderploeteren en van hop met de beentjes. Onze 7de controle na 37,3 km hebben we terug in
Wemmel . We draaien en keren in het kasteelpark en verlaten Wemmel langs de kronkelende Maalbeek, stappen aan de rand van het Beverbos,
een paar
mooie vijvers, de Hoeve te Bever met sierlijke inrijpoort en O.-L.-Vrouwkapel .We steken de ringbaan over en komen, het lawaai trotserend,
terug aan de startplaats, waar 42,7 km wordt opgetekend. Voor mij een mooie tocht maar met veel stukken die ik verleden week heb gedaan op
de tocht te Jette.
Jambes
Jambes 09.11.2008
Met een volle bus van de Duintrappers naar Jambes op 3 km van Namen. Wallonia Namur koos als vertrekbasis de
opleidingsschool van
de Genie.
Het is tegen 10 uur dat ik kan vertrekken naar het centrum van Jambes om er de Maas en het
sluizencomplex over te steken met de
brug van
Jambes. Het uitzicht op de Citadel tekent zich prachtig af tegen een achtergrond
van veelkleurige bossen. We stappen langs de linkeroever ,
door het Park van La Plante waar controle 1 in een schooltje.
Dan is het direct klimmen geblazen langs een slijk paadje door het bos van Pairelle.
Sommige kruipen naar boven, andere
voelen zich in hun nopjes en snellen de meute voorbij . Aan de Tienne Maquet, (Tienne = klimmen) zo is de
naam van de helling,
schijnt geen eind te komen. Ik heb haast, want ik wil op tijd terug zijn voor de bus en toch de grote afstand doen. We komen
zo
op het plateau van Cabacca waar onze eerste mooie zichten van de omgeving. Speciaal valt mijn blik op een rij populieren vol
met maretakken,
ook mistletoe, mistel, heksentak of vogellijm genoemd. Het wintergroen valt nu speciaal op de bladerloze
bomen en is goed voor een fotootje. Onderweg
komen we de tekens tegen van de grote routepaden alsook , en dit is
uitzonderlijk, het Campus Stellae teken (sterrenveld) voor pelgrimsroute naar
Santiago de Copostella . “Aux marcheurs d’Emmaüs
Pélerins du Partage Pélerins de la Joie”. Dit is een blij weerzien. De 14 km stappers verlaten
ons op het plateau van
Gros Buisson. We dalen af langs het Malpas, een mooie vallei tegemoet.
Onze 2e controle bereiken we aan de school
CF van Malonne, gelegen in een nauw, diep en bebost zijdal, met meters hoge rotsen, waar de beek Le Landoir door het dorp stroomt.
We verlaten
hier de 22 km wandelaars voor een grote lus. We stappen, steeds stijgend langs een Clarissenklooster met
zeer lange omheiningsmuur, komen aan de
rand van een bos om verder steil af te dalen naar de vallei van de Samber. We
stappen over de N 90 en gaan langs de rechteroever van de Samber
om die verder over te steken langs de sluizen. We volgen
de linker oever van de Samber verder tot Floriffoux waar de witrode tekens van de
Grote
Route paden terug te vinden zijn.
We lopen verder langs het Château S. de Dorlodot met z’n mooie vijver en maken een klimmetje langs de
mooi gelegen dorpskerk.
Controle 3 na 13,9 km vindt plaats in melkerijlokaal van de grote hoeve, mooi witgekalkt voorzien van al het nodige
voor de wandelaar. We worden er origineel en vriendelijk ontvangen en laten ons een bord soep serveren. We trekken verder langs
het mooi
hoevekasteel “Ferme de la Tour” waarvan de vierkanttoren deskundig wordt gerestaureerd. Na stijgen en dalen komen
we terug aan de Samber,
die we volgen tot Maudit Tienne. De oude abdij en kerk van Floreffe is reeds van ver te zien en staat
er te pronken in al zijn glorie. Op
en af
vliegende aalscholvers houden ons gezelschap langs het glinsterend water. We steken
opnieuw de Samber over en kunnen nu van
dichtbij het dorpje ervaren. De ommuurde Premonstratenzerabdij vormt er
een prachtig geheel die vanaf de heuvel het 50 m lager
gelegen
dorp en de Sambervallei schijnt te overvleugelen. Gesticht
in 1121, is het de oudste Norbertijnenabdij van het land . Er is het nu
nog
een college met internaat in de naast gelegen
moderne gebouwen . De “Moulin Brasserie” is een trekpleister en oorspong van de
Floreffe dubbel, tripel en de Prima Melior,
een sterk donker bier met hoog alcohol gehalte, met natuurlijke smaakmaker: kalisse, bittere
sinaasappel,
anijs . Dit wordt nu
gebrouwen door de familie brouwerij Lefébvre in Quenast . Hier loop ik een stukje verkeerd wegens te grote
aandacht aan al
dit schoons. Een loper brengt mij terug op het goede pad. Verder gaat het langs de mooie gebouwen van het station. We steken
opnieuw
de N 90 over en stijgen sterk naar de mooi gelegen kapel Saint Roch. Hier krijgen we opnieuw een subliem uitzicht
van Floreffe dat
ver beneden baadt in een mooi herfsttooi. Het blijft verder stijgen tot meer dan 200 m, langs een kronkelend
pad door de oneindige velden ,
met uitzicht op de vier windstreken.
Na al dit klimmen volgt een sterke daling naar Buzet,
waar de controle 5 zich na 18,7 km aanmeldt. Het is
opnieuw stijgen naar het gehucht Le Piroy en terug dalen naar
de nauwe vallei van Malonne, controle 6 na 22,4 km . Hier volgen we het parcours
van de 22 km wandelaars. Nu kunnen
we onze aandacht toespitsen op de mooie gebouwen van de Augustijner Abdij Saint Berthuin en het
heiligdom Frère Mutien.
De abdij van Malonne werd gesticht in 651 door Sint Bertinus, die er overleed in 698. Vandaag zijn de abdijgebouwen
getransformeerd tot een complex schoolgebouwen, gekend onder de naam ‘Saint Berthuin’. Tot 2001 was het groot internaat een
thuis waar veel
Vlamingen perfect tweetalig zijn geworden. Nu is de abdij gekend voor z’n “ Bière de Malonne of Gribousine Malonne”.
Het is ook een bedevaartsoord
voor de ‘altijd biddende broeder Mutien-Marie Wiaux, heilig verklaard in 1989, (1841-1919).
Een kort bezoekje aan de barokke St.-Bertinuskerk
van 1651 kan ik niet laten. Na die korte pauze in Malonne of
Maeslangen in het Nederlands , staan we weer scherp om een slijk paadje te beklimmen
tot Portale. Enkele witte ganzen
hebben mijn aanwezigheid opgemerkt en beginnen kabaal te maken. Boven gekomen hebben we terug zicht
op de
Samber . Bij toeval ontmoet ik er Dorine en Patrick en andere wandelvrienden van het “Vlaemsch Huseke” te
Godewaersvelde. Ik verneem
er dat ze er met drie personenauto’s naar toe gekomen zijn We lopen nu kilometers aan een stuk
door het bos van Marlagne met z’n prachtige
herfstkleuren. “Le Milieu du Monde” een prachtweg te midden van de wereld
brengt ons in een wijk met weelderige landhuizen.
Onze 7e controle komt in zicht na 30,3 km in de provinciale hotelschool
van Namen. We stijgen nog een beetje tot we het kasteel van Namen
bereiken op de top van de Citadel, gelegen op een
hoogte van 100 meter boven de samenvloeiing van Samber en Maas. Wat een commandocentrum
was en legerplaats van
zo vele grootmachten , werd omgebouwd tot een 8 ha uitgestrekt park, een heuse groene long die over de hoofdstad
van Wallonië
uitkijkt. De laatste commando’s hebben de bastions verlaten in 1977 . Het 4 sterren hotel ligt er prachtig
gelegen en het restaurant l’ Ermitage
heeft
er veel bezoekers. We komen langs een rozentuin “Roseraie parfumé “
en beginnen direct aan een steile afdaling,” la route Merveilleuse”.
Bij het staren naar de oude muren is het eventjes
wegdromen naar Julius Caesar, Lodewijk de XIV, en de vele anderen, die de citadel veroverden.
Of is het geronk van de
motoren van de WK motorcross, dat eventjes naar boven komt . Is het hier immers niet hier dat Joël Smets zijn vierde
wereldtitel 500cc won! Vergeten maar, en de sfeer opsnuiven , de haarspeldbochten toetsen, hier en daar een fotootje
meepikken
van de oude
kanonnen, schietgaten , wachttorens, verder de mooie zichten op Samber en Maasvallei, de Pont
des Ardennes enz. Onderweg trekt, voor mij
een buitenbeentje en een vraagteken , de “Parfumerie Guy Delforge Medaille d’Or”
in gouden letters , veel volk . We gaan verder gezwind over
de ophaalbrug en dalen op een oude kasseiweg , de Allée Verte.
Het is feest !
Beneden gekomen gaat het langs de Samber met uitzicht op
mooie gebouwen aan de overkant, tot de
Pointe du Grognon, waar het fiere ruiterstandbeeld van koning Albert I is opgericht aan de
samenvloeiing van Samber en Maas.
Hier maken we rechtsomkeer en volgen de Maaskade tot aan de mooie oude brug over de Maas, die
wordt overgestoken.
Hier komen we te midden druk verkeer en snak ik naar het einde. Op weg naar Jambes, kunnen we al het schoons
nog eens overschouwen aan de overzijde. Ook de vele eilandjes op de Maas zijn evenveel paradijsjes voor de vele watervogels .
Hier stop ik definitief
mijn apparaatje op zak en snak ik naar wat vocht na een zware en sublieme tocht. De 35 km zitten erop.
Proficiat parcoursmeester! 35 jaar viering
van de club is hiermede zeker gelukt.
HOME